Geboren voor de dood
9 januari 2024
Vlak voor ik geboren werd overleed mijn opa. Mijn ouders hadden hem trots verteld dat ik, hun eerste kind, zijn eerste kleindochter, geboren zou worden. Hij zou het niet meer meemaken.
Toen ik zes was overleed mijn opa. Ik mocht niet mee naar de begrafenis. Ik begreep dat niet en probeerde steeds voor me te zien hoe het eruit zou zien.
Toen ik vijftien was overleed mijn oma. Ik schreef een gedicht en droeg het voor op de uitvaart.
Toen ik achttien was overleed mijn moeder. Met mijn vader en broer gaven we vorm aan de uitvaart van begin tot eind, op onze manier. We kozen teksten en muziek. Ik schreef een gedicht en droeg dat voor. Geen kleffe cake, wel poffertjes na afloop.
Toen ik vijfentwintig was overleed mijn oma. De laatste week waakten haar kinderen en kleinkinderen naast haar bed. Soms was ze nog even bij ons, maar ze was steeds vaker ergens anders, tot ze daar bleef. Ze ging toen mijn broer en ik net binnen waren. We hadden onze jas nog aan. Mijn tante en ik wasten haar en kleedden haar netjes aan. Ik schreef een gedicht voor haar en droeg dit voor op de uitvaart. Wij droegen haar zelf naar haar laatste rustplaats.
Voor de oplettende lezer: twee opa’s, twee oma’s, dan zouden we er moeten zijn. Maar ik was zo gelukkig op te groeien met drie opa’s en drie oma’s. Toen mijn laatste opa overleed vertelden ze mij dat hij gevonden was op de rand van het bed. Dat leek mij de allerbeste manier om te gaan. Gewoon even gaan liggen en niet meer opstaan. Mijn oma overleed toen mijn moeder en ik onderweg waren naar haar toe. De verpleegkundige vertelde het bijna beschaamd. Ik was blij dat ze gegaan was toen het haar tijd was.
Toen ik tweeëndertig was overleed mijn schoonvader. Mijn schoonmoeder en vriend zaten naast zijn bed. Ik zat naast hen. Hij stierf in een dag. Het ging snel en toch langzaam. Mijn vriend interviewde zijn moeder over haar leven met hem. Ik schreef haar verhaal op en droeg het voor tijdens de uitvaart.
Die uitvaart werd geleid door Lilian. Een wat? Vroeg ik nog, toen de uitvaartverzorger vroeg of we een ritueelbegeleider wilden betrekken. Het leek ons een goed idee. Ik zag haar aan het werk, en ik dacht: ik wil jou zijn.
Het is niet bijzonder dat mensen overlijden. Wij zijn allemaal geboren voor de dood. Maar de onomkeerbaarheid en dat er dus maar één laatste keer is, dát heeft me altijd gefascineerd. Dat moet goed zijn. Daar moet gedaan worden wat er te doen staat, gezegd worden wat er te zeggen is. Dat kan niet opnieuw. Dat zaadje was al vroeg gepland. Ik wist heel lang niet wat er uit dat kleinte groene puntje dat, van lieverlee, boven de aarde uit begon te steken zou groeien. Tot drie jaar geleden. Het besluit was genomen; ik moest het alleen nog hardop durven zeggen.












